maandag 6 juni 2011

Dag 23 06-06-2011 van Bellin-Beliet naar Lesperon

Gisteravond in het ligbad gelegen en Wiel heeft alle pijnlijke plekken goed gemasseerd, waardoor ik vanmorgen weer helemaal fit opstond en zonder pijn. Om zeven uur zitten we bij Jorge aan het ontbijt. Overigens is Jorge een Portugees en niet zoals ik gisteren schreef een Spanjaard. Een grote pot thee en koffie staan klaar en eigen gebakken brood wat geroosterd op ons ligt te wachten. Hij komt gezellig bij ons aan tafel zitten met zijn soepkom koffie, die Wiel ook heeft. Later zwaait hij ons na zo lang hij kan. Nauwelijks de deur uit begon het te miezeren. Regenbroek aan, maar nog geen tien minuten later is en blijft het de rest van de dag droog en de broek is dan ook direct weer in de tas verdwenen. Ik vind dat ding verschrikkelijk.
De weg gaat opnieuw door de bossen, maar naarmate we verder rijden wordt het een kaalslag. Overal liggen gekapte bomen langs de weg. Niet tientallen bomen maar stapels van honderden, die klaar liggen voor de houthandels. Er zijn maar weinig eigenaren die weer aanplanten met het gevolg dat het kale landerijen zijn waar we doorrijden. Het is echt een bosbouwgebied, maar niet het mooiste gebied om door te rijden
In Moustey staan twee kerkjes naast elkaar met aan de achterzijde van het oudste kerkje een houten beeld van St. Jacques. Voor dit kerkje staat in een steen geschreven dat het nog 1000 km. is naar Santiago. Vroeger bood het kleinste kerkje onderdak aan pelgrims. Helaas zijn beide kerkjes afgesloten en kunnen we de muurschilderingen niet bewonderen. De toren heeft een houten uitbouw.
Even voor Pissos komt een pelgrim ons voorbij gereden.  We zwaaien naar elkaar. Even later ontmoeten we elkaar in het dorp, waar we wat gaan drinken. Hij blijkt uit Schotland te komen. Werkt 5 maanden en 7 maanden per jaar trekt hij door de wereld. Van Pissos naar Labouheyre is een saaie route. Plots zie ik een jong uiltje liggen langs de weg. Hij blijkt al dood te zijn.  Een vleugel is nog helemaal intact afgebroken. Het is een zielig gezicht. Nog geen 400 meter verder ligt een dood konijn op de weg. Ook dat vind ik zielig, maar het doet me minder pijn dan het jonge uiltje.
In Labouheyre maken we foto’s van de wasplaats. Er stond een picknicktafel in het water en terwijl wij fotografeerden kwamen drie mannen van de gemeente om de tafel weer in het gras te zetten. We rijden wat rond in het plaatsje, maken hier en daar foto’s. Ook van de kerk waar van alles over St. Jacques te lezen is, helaas in het Frans. Later halen we bij de Spar brood, kaas, fruit en toetjes en eten dat aan een van de tafels bij de wasplaats. Ongeveer 10 km. buiten Labouheyre, zien we in een waterput onze Schot zitten met brood, drinken en de kaart in zijn handen. Als we weg willen rijden besluit Georg, zo heet onze Schot, met ons mee te rijden. Om en om rijdt hij naast een van ons en praat volop. Bewondering voor Wiel die steeds meer Engels begrijpt en gaat spreken.
George in de waterput op de ontsluiter.
In Onesse et Lahaire nemen we afscheid van elkaar. Wij zoeken hier een bed, althans dat was de bedoeling. Er is een Auberge en een Gite, waar het Auberge de sleutel van heeft. Volgens de eigenaar, een dikke, grove en zeer onsympathieke man, is de Gite niet beschikbaar. We kunnen een hotelkamer nemen welke ons 70 euro kost. We zeggen nee. Ineens wordt de prijs 35 euro, maar dan moeten we wel een maaltijd erbij nemen van 22 euro p.p. Ondertussen staat hij met zijn vrouw steeds te bekvechten over ons, al begrijpen we totaal niet waar het om gaat. Het idee dat een van die twee het eten zou koken en wat voor eten we voorgeschoteld zouden krijgen staat ons al tegen, maar toch we willen de kamer eerst zien. Als we boven komen liggen er geen lakens op de bedden. De handdoeken zijn van de waslijn zo op bed gegooid, niet eens gevouwen en als Wiel de badkamer ziet, neemt hij me zo mee naar buiten. Een grote vieze boel. We hadden al 75 km. gereden, maar met alle liefde fietsen we nog 11 km. verder dan hier ook maar 1 uur binnen te blijven.

Even buiten het dorp zien we wilde Anthuriums langs het water groeien. Om kwart over drie komen we aan in Lesperon. 1 Km. voor het dorp zien we een Gite en Chambre d’hotes. Het is een prachtig huis met allemaal kleine huisjes her en der in de tuin verspreid voor verhuur. Aan het eind van de tuin nog een groot zwembad. Het ziet er verzorgd ui, echter er is niemand aanwezig. Na een uur wachten bel ik de vrouw op haar 06 nummer. We moeten minstens nog een uur wachten voor ze thuis is, dus verwijst ze ons naar het stadje. Inmiddels is George ook weer die richting uitgekomen, dus ontmoeten we hem hier voor de derde keer. Hij rijdt altijd door tot het donker wordt en kampeert in de bossen. Het hotel is veel te duur maar die mevrouw verwijst ons door naar de tabakzaak waar we voor 12 euro de sleutel krijgen van een nieuwe Gite. Helaas blijkt de supermarkt gesloten en moeten we toch warm eten in het hotel. Maar we genieten van al die lekkere hapjes. Inmiddels is het bijna half tien. Morgen  misschien weer een ander avontuur. Welterusten.
Gereden kilometers 86.32  In 9.25 uur. Gemiddelde snelheid  16.43 km.p. uur.