maandag 20 juni 2011

Dag 37 20-06-2011 van Calzadilla de la Cueza naar Leon

Om half zes gingen vanmorgen al diverse wekkers af. Ik hoefde niet wakker te worden, had driekwart van de nacht niet geslapen. Ook Wiel was onrustig. Om zeven uur zitten we met zijn vieren aan het ontbijt en om 7.40 uur is het vertrekken. Onderweg naar Sahagun krijg ik pijn in mijn rechterknie. We stoppen om hem in te smeren. Frans en Inigo zijn doorgereden en we hebben afgesproken elkaar op het eerstvolgende koffiepunt te ontmoeten. Door de pijn kon ik niet hard rijden en onderweg zijn we een paar maal gestopt om nog wat foto’s te maken, dus op het eerstvolgende restaurantje in Sahagun zien we geen Frans en Inigo. We rijden door naar El Burgo Ranero, ook hier niemand te ontdekken. We lunchen hier op ons gemak en nemen de tijd voor de route. Inhalen kunnen we ze toch niet.
In Sahagun staan een paar voetstappen waar je in moet gaan staan en dan de staf vasthouden. Het echte pelgrimsgevoel komt boven
In Mansilla opnieuw een pauze. Het is kwart over 12 en we hebben 60,53 km. gereden. Echt op ons gemak, maar het was een vlakke weg om te rijden die totaal niet verveelde. Veel wilde bloemen, hier en daar een moeras en watergebied, afgewisseld door kleine dorpjes. Eigenlijk zouden we hier overnachten, maar omdat Leon nog maar 21 km. is en het nog vroeg in de middag is, besluiten we om door te rijden naar Leon. We hebben dan in de middag nog wat tijd om rond te kijken en morgenvroeg ook nog wat tijd hiervoor. Tijdens het wegrijden bezoeken we nog even de oude Romeinse muur. Ik krijg de opdracht de oude uitgesleten treden tussen de muur af te dalen. Hier zal ik een steen vinden om bij het kruis Santa Cruz te leggen met een wens er op. Nog een paar dagen en dan begint die hele zware klim. Ik heb geen flauw idee waar te zoeken, maar krijg ineens een aanwijzing een bepaalde steen op te rapen. In het begin vroeg ik me af wat ik er mee moest, maar als ik hem schoonmaak met een stokje is het net een hart. Ik heb hem veilig opgeborgen om vanavond even schoon te maken. De wens die erbij hoort weet ik ook al.
Die laatste 21 km. worden wat zwaarder, de heuvels komen al dichterbij en dat is goed te merken. Om half drie rijden we Leon binnen en het zoeken naar de Auberge kan weer beginnen. Dit keer kost het een uur voor we het Benedictijnerklooster hebben gevonden. Er komt onenigheid tussen beide vrijwilligers als het om ons gaat. Wij vragen om twee benedenbedden en de man die inschrijft zegt dat we alleen een boven en benedenbed kunnen krijgen. De vrouw, een andere vrijwiligster, is het er niet mee eens. Zeker niet als ze onze leeftijden hoort en zegt dat het wel kan. Uiteindelijk krijgt zij haar zin en liggen we ook nog naast het raam. Met weer een stukje eigen ruimte naast het bed. De engeltjes zorgen toch steeds weer goed voor ons.
Naast ons ligt een echtpaar met griep. Ze krijgen beiden geen lucht. Gelukkig heb ik Tocotolin bij me en doe wat op wattips, zodat ze een beetje lucht krijgen. Hier liggen we met 40 of 50 op een zaal en zo zijn er een paar verdiepingen. Snel de was gedaan en gedoucht. Dan de hitte in. Hier merk je op de fiets weinig van door de wind, want die is best sterk. Echter wandelend door de stad ervaar je pas dat het 31 graden is en bloedheet.
Als we op zoek zijn naar steradent, bij ons kost 1 tube 2,25 en hier 8.95, zie ik ineens Frans voorbij rijden. Ik hol er achteraan en we zijn blij elkaar weer te zien. Terwijl wij hier voor een hotel op de computer ons verhaal vertellen zijn zij op zoek naar een hotel en om kwart voor acht ontmoeten we elkaar bij de kathedraal. Half tien moeten wij in het klooster binnen zijn, dus veel tijd hebben we niet voor elkaar. Stop weer met schrijven, probeer nog wat foto’s erbij te zetten en morgen weer een nieuw verhaal.
Gereden kilometers   81.75  gereden uren  7.30.     Gemiddelde snelheid  16.65  km.p. uur.