woensdag 22 juni 2011

Dag 38 21-06-2011 van Leon naar Murias 840 mt. hoog

Hoog in de bergen op 1150 mt. in Rabanal kunnen we op 22-06 ons verhaal van 21-06 op internet zetten via de Wifi, mat dank aan het internet café.
Gisteravond om kwart voor acht met Frans en Inigo gegeten. De hele dag had ik me verheugd om Paelja te eten en hoe vies was het wat ik op mijn bordje kreeg. Kleffe rijst met daarin twee stukken kip en wat groenten, waar de honden geen droog brood van lusten. Te vies om te eten en ik die echt niet kieskeurig ben heb het laten staan. Frans en Inigo eten het op, zij het met lange tanden. Ook zij bestellen nog maar friet met kip na. Wiel bestelde salade en kreeg er tonijn bovenop, terwijl hij totaal geen vis lust. Frans heeft uiteindelijk alle vis ertussenuit gevist en de sla die niet was aangeraakt door de vis at Wiel uiteindelijk op. Die was wel lekker. Dat was pas het voorgerecht. Bij het hoofdgerecht hadden we uitdrukkelijk voor Wiel om vlees bij de friet gevraagd en wat kreeg hij? Net als wij een grote kippenpoot, dus niets ervan gegeten. Uiteindelijk maar een bord friet besteld nabesteld, zodat hij nog iets in zijn maag kreeg. Het beroerde is dat in elke plaats waar pelgrims komen, je overal alleen maar pelgrimsmenu’s krijgt voorgeschoteld. Ineens hebben ze niets anders meer te eten, of het zijn gelijk hele dure maaltijden, terwijl we dan niet eens weten wat we te eten krijgen.
Om half tien kwam het nonnetje van het Benedictijnenklooster bonken op de deuren dat we naar binnen moesten om ons uit te kleden. Prompt tien uur gingen alle lichten uit en liep ze nog eens de ronde. Het deed me aan mijn kostschooltijd denken. Het mankeerde er nog maar net aan dat we geen kruisje op ons voorhoofd kregen.
Vanmorgen om zes uur stond hetzelfde nonnetje alweer klaar. Alle grote lichten gingen aan. Nu waren de meeste pelgrims al gewassen en aangekleed, dus geen probleem. Ook ik was een van de eersten aan de wastafel. Wiel kwam niet echt op gang. Stelde voor dat we eerst maar gingen ontbijten. Na 3 bakken koffie komt er wat leven in hem. Om acht uur moet iedereen de poort uit zijn. Wij vertrekken om 7.20 u. De stad inkomen en de Auberge zoeken was al een probleem, de stad uitkomen is nog groter. Uiteindelijk wijst een van de wandelaars ons de richting, tot we opnieuw de gele pijlen kwijt zijn. Op dat moment passeert een fietser. Hij ziet er niet echt uit als een pelgrim, maar ik voel dat we hem moeten volgen. De man keek ook steeds om of we hem wel volgden. Ging helemaal goed, tot ik me af liet leiden door een bord van de wandelaars en dat ging volgen i.p.v. achter de fietser aan te blijven rijden. Het eerste stuk is geen probleem, maar ineens veranderde de weg in een pad vol kiezels waar je je handen vol aan had om op de fiets te blijven zitten. Het wordt nog erger. Er volgt een steile helling van zo’n 15% vol rivierkeien. Wiel weet nog lopend boven te komen, maar ik kan me maar net staande houden met de fiets, laat staan omhoog duwen. Gelukkig kwam Wiel weer naar beneden gelopen en samen hebben we hem omhoog geduwd. Een half uur later kwamen we tot onze grote opluchting weer op de asfaltweg. Ik begrijp nu beter waarom de wandelaars zulke pijnlijke voeten en knieen hebben. Ook mijn knieen en handen deden behoorlijk zeer van het gespannen rijden. Het tweede nadeel was dat we nu zo’n 15 km. over de N 120 moeten rijden, terwijl er eigenlijk zo’n mooie route stond beschreven.
Achteraf realiseerde ik me dat die fietser niet zomaar op ons pad was gestuurd om te volgen, alleen ik zag het op dat moment niet zo. Terwijl het regelmatig gebeurt dat iemand net op ons pad komt om te helpen. Ik had gewoon moeten luisteren en me niet af laten leiden. Weer een les geleerd vandaag. Als ik in mijn schietgebedje bedank en excuus maak wordt me duidelijk gemaakt dat ik nu de andere kant van de medaille heb gezien van de weg die de wandelaars moeten volgen.

De laatste dagen worden we steeds meer geconfronteerd met Japanners die deze reis maken. Het zijn er ontzettend veel. Eergisteren sliepen er 2 Japanse jongens boven ons, waar ik vooral met de jongen boven mij, een leuk contact mee had. Gisteren was er een heel oude Japanner, waar ik in eerste instantie heel veel moeite mee had. Hij liep in het wit en met de Japanse vlag. Waarom die moeite? Berry, mijn overleden man, heeft in het Jappenkamp gezeten en daar zijn hele leven verdriet, ellende en syndromen van ondervonden. Ons hele gezin heeft daar toch min of meer onder geleden, door Berry zijn pijn en verdriet hierover. Toen ik dus tot 3x toe met die oude mand werd geconfronteerd, wist ik dat ik er wat mee moest doen. Ik vroeg hem of ik een foto mocht maken van hem en keek hem recht in de ogen. Op dat moment wist ik dat ook dit stuk verleden achter me gelaten kon worden. Het was voorbij.  De man was in de oorlog ook nog maar een jonge jongen geweest en had zijn opdrachten uit te voeren. Hij ging extra staan voor de foto met de Japanse vlag en het is goed zoals het nu is. Die episode heb ik los kunnen laten.
Bij Hospital Orbigo kwamen we de oude Romeinse brug afgereden toen er net een echtpaar naar buiten kwam lopen. Ze hielden ons aan i.v.m. de elektrische fietsen. Het was een Belgisch echtpaar welk 14 dagen als beheerder voor de plaatselijke Auberge werkten. Zij deden dit al 5 jaar. Het was de oudste Auberge in

Spanje, 200 jaar en ze nodigden ons uit om even te komen kijken. Het was heel apart, gemoderniseert en ook sfeervol. Er was zelfs een aparte zaal voor ouderen met enkele bedden. Ik maak een paar foto’s voor we doorrijden. In eerste instantie had ik voorgesteld om Astorga, de volgende grote plaats, even te bezichtigen en dan door te rijden. Echter de route werd zo lang en de hitte, 31 graden liet zich zo gelden dat we in Astorga eerst een restaurantje opzochten om te eten en te drinken, Tortilla Espanjola (soort quiche van aardappelen, ei en stukjes spek) en Garbanzos, witte bonen in een speciale saus met stukjes ham. We bestellen het twee keer, zo lekker was het. Eindelijk weer eens fatsoenlijk eten. Om de stad in te komen moest men een 18% steile helling oprijden dat een loper al moeite had, laat staan een beladen fietser. Ik begrijp niet waarom het boekje deze weg aangeeft, want Wiel stelde voor iets verder te rijden en daar blijkt de helling maar 7% te zijn, waardoor je normaal de stad binnen kunt rijden.
De Auberge in Orbigo
Er is markt en ik koop wat sokjes, want de mijne krijg ik niet meer schoon en wit door het stof en vuil. De gaten vielen er tijdens het wassen in. Als we de Auberge achter de kathedraal eindelijk hebben gevonden en ik wil betalen, blijkt mijn portomonaie zoek te zijn. Onderwijl was Wiel de slaapzaal gaan bekijken en had aangegeven hier beslist niet in die benauwde hokjes te willen slapen. Hij zorgde eerst dat ik rustig werd en samen reden we terug naar de markt. Alles afgezocht en gevraagd. De sokkenvrouw wist me zelfs nog te vertellen dat ik de portomonnaie bij de sokken in het plastic tasje had gestopt, wat klopte. Ze leefde helemaal mee. Op gegeven moment open ik de klep van de camera, na een schietgebedje naar de Heilige Anthonius en de engeltjes te hebben gedaan en daar lag hij bovenop. Ik weet nog niet hoe het kan, want hij zit altijd op een hele andere plek, maar verstrooid als ik ben zal ik hem daar toch zelf hebben ingestopt, denk ik.
Vlak voor we binnenreden in Murias stond dit kruis in de lucht.
We hebben allebei gelijk genoeg van de stad en besluiten een paar kilometer door  te rijden naar Murias. Hier is een kleine Auberge met 4 kamers, waarvan twee 2-persoons. Op de deur staat dat we een bed uit mogen zoeken en de beheerder later komt. Het cafe ernaast is ook leeg, terwijl de deur wijd open staat, dus zoeken we een leuke kamer uit. Er zijn twee douches met toilet, een voor de heren en een voor de dames. We besluiten samen met 1 douche te doen. Nog geen uur later komen de twee mensen uit Eindhoven, Pierre en Ria, binnenvallen. We hadden elkaar al in Burgos ontmoet.  We maken er met z’n vieren een gezellige maaltijd van, nadat de beide mannen op de fiets allerlei lekkere inkopen hadden gedaan. Het is heerlijk rustig zo samen en we hebben elkaar genoeg te vertellen over onze levens, die aardig parallel lopen. Want ook Pierre heeft zijn vrouw 7 jaar geleden verloren en zijn Ria vrij snel daarna ontmoet. De moeilijkheden hieromtrent en de leuke dingen, de belevenissen onderweg naar Santiago, alles krijgt een beurt. Het is half tien voor we het weten en er staat nog geen letter in de computer. Nu alles naar bed is en Wiel naast me ligt te snurken kan ik even rustig schrijven. Ik voel weer de opluchting maar ook de liefdevolle troost van Wiel, toen mijn portomanaie zoek was. De rust van deze kleine Auberge en vooral de vrijheid weer eens een kamer voor onszelf alleen te hebben. Het is soms best leuk de ervaring om te slapen met z’n allen op een kamer/zaal, maar de regels van gisteravond dat je om half tien binnen moet zijn, was net een brug te ver. De meesten hebben tien uur als regel en dat is ook normaal, maar nu voelden we ons net kleine kinderen.
Er is hier geen wifi, ik hoefde me dus ook niet te haasten en morgen zijn er dus twee verhalen te lezen. Er is tijd genoeg om iets te zoeken. Morgen rijden we maar 25 a 30 km. tot vlak voor het beroemde kruis Cruz de Ferro, waar ik gisteren mijn steen voor heb gevonden. Vandaag heb ik hem gewassen en de hele avond bij me gedragen. We durven geen risico´s te nemen met de batterijen, daarom doen we er twee dagen over om te komen.
Als ik terugkijk op deze dag dan heb ik toch weer veel engeltjes op mijn schouders die ons steeds weer helpen en de weg wijzen. Die er zijn als we ze nodig hebben. Om half elf hoor ik iemand aan de buitendeur. Ik dacht dat het de beheerder was, maar het bleek een jongeman. Hij belt naar de beheerder op ons verzoek, omdat hij geen geld heeft. Waarom hij zo laat nog rondzwerft is mij een raadsel, want de echte lopers zijn allang naar bed. Wiel en ik hebben geen goed gevoel over de jongen, maar bieden hem toch eten aan en wijzen waar alles is.Tot morgen en slaap lekker
 Om 9.35 u. We hebben 23.5 km. gereden zien we een bord; nog 326 km. naar Santiago.