donderdag 26 mei 2011

Dag 12 26-05-2011 van Orléans naar Blois

Vanmorgen om 8.45 uur vertrokken na een leuk afscheid van de hotelhouder en alle mensen die daar logeerden. Een oudere man, die net aan zijn heup was geopereerd, de hele dag niet anders deed dan wat drinken, afgewisseld met roken. Een lief gezicht en klein van stuk. Hij wilde zo graag met ons praten, maar er moest altijd iemand zijn die het vertaalde. Een jonger man, wat hij deed weet ik niet, maar hij wilde ons mailadres, dus heb ik hem een kaartje gegeven, dat werd opgeborgen alsof het van goud was. De eigenaar, een nog jonge Marokkaan en keiharde werker en de man van de keuken. Ze wensen ons allemaal een goede reis en zwaaien ons nog na door de ramen.
We zijn net op weg als ik nog een afscheidsfoto van Orléans maak en met Wiel de weg zoek. Terwijl ik me omdraai bots ik tegen een fietser op. Hij pakt me beet en vraagt wel 3x of ik me niet heb bezeerd. Brengt ons gelijk naar de goede weg, omdat hij in de gaten had dat we aan het zoeken waren hoe te rijden. Het is net of van bovenaf iedere keer engeltjes worden gestuurd om ons de weg te wijzen of te helpen. De man had trouwens prachtige ogen, maar dat had Wiel niet gezien. De wind is hard en koud en natuurlijk altijd weer tegenwind. Dus even later de lange fietsbroek over de korte heengetrokken.
Even voor Clery St. Andre ontmoeten we een wandelgroep, terwijl we even uitrusten. Ze willen alles weten over onze elektrische fietsen, iets wat in Frankrijk nog nauwelijks bekendheid heeft. Ze houden ons meer dan een half uur aan de praat. Is ook heel gezellig. In Clery  staat de Maria kerk met een speciale hoek ingericht voor St. Jacques /Jacob. Jammer, het is een beetje weggemoffeld. Koning Louis XI had een speciale band met deze plaats en veel pelgrims op weg naar Santiago hielden hier een moment van rust. Het stadje werd in 1428 door de Engelsen verwoest en Louis XI gaf zijn gewicht in zilver aan de stad om het weer op te bouwen. Als ik binnenkom in de kerk zit er een vrouw te huilen. Wiel had haar ook al zien zitten. Mijn eerste neiging is om haar even over haar hoofd te strelen, maar durf het toch niet. Later heb ik er spijt van mijn ingeving niet te hebben gevolgd. Wie weet had het een beetje geholpen. We hebben wel voor iedereen samen een kaarsje opgestoken. Dat proberen we zoveel mogelijk iedere dag te doen.
In Beaugenoy rijden we rond, zien op een pleintje weer een beeltenis van Jeanne d´Arc met daaronder zittend op de rand van het standbeeld een Frans echtpaar die hun broodje eten.
Samen met Alain en Michèle Daumont.
Wiel raakt in gesprek met ze en die dag komen we elkaar steeds weer tegen. Zelfs in het restaurant vanavond, waar we eten, komen ze binnen lopen. Ze komen uit Lyon en zijn met de auto naar Nevers gereden. Maken van daaruit een fietstocht langs de Loire.  Sliepen vanavond dus ook in Blois en gaan morgen, net als wij, door naar Tours. Zie foto samen.
Wiel en ik eten in een klein cafeetje een tosti,  dachten dat het iets stevigers was, en rijden verder. De hele tocht gaat langs de Loire. Prachtig, waren het niet dat we constant die zware wind tegen hadden. Het is een van de zwaarste ritten tot nu toe. De wind is zo hard en natuurlijk altijd tegenwind, dat ik respect heb gekregen voor Wiel. Normaal rijdt hij altijd achter mij om alles in de gaten te houden. Bovendien zou ik niets zien dan een brede rug, terwijl hij zo over mij heen kan kijken. Maar halverwege de tocht gaat hij voorrijden om mij een beetje uit de wind te houden. Rond een uur of twee ben ik bekaf en krijg een inzinking. De onderste fietsbroek had ik al uitgetrokken tijdens de lunch, ging alleen maar pijn doen. Maar al mijn botten doen op gegeven moment zeer. Het is voor mij vandaag een gevecht tegen de natuur en ik ben blij dat we de laatste vier km. door het bos rijden. Hier komen we Alain en Michèle voor de vierde keer tegen. Ze hadden een lekke band. We hoefden niet te helpen, riepen ze,  en reden door.
Even voor we de bossen in reden kwamen we door het plaatsje Menars. Rijden we langs een Chateau met een 17e-18e eeuwse muur van bijna dan 2 km. lang. Het is het kasteel geweest van Madame de Pompadoer en achter de lange muur liggen de tuinen. Voorbij de lange muur rusten we even uit en ontmoeten daar een echtpaar uit Holland op de elektrische fiets. Zij staan met de caravan in de buurt en maken tochtjes. Het bezorgt mij een extra adempauze, want Wiel geniet ervan om met iedereen even een praatje te maken. Hij geniet tot nu toe meer van de tocht dan ik ooit had verwacht.
In Blois vinden we al snel een Etap hotel, zowaar door de tomtom,  en ik duik direct op bed. Wiel zorgt voor de accu´s en gaat als eerste douchen. Een half uurtje liggen en een warme en koude douche om na te spoelen, maakt dat ik weer mee het stadje in kan. Het is een prachtig vestingstadje en minstens zo mooi als Orléans om te bekijken. Het Koninklijke Chateau de Blois, uitkijkend over de Loire is schitterend om te zien en te fotograferen en was een belangrijke residentie voor het Franse koningshuis.
Aan de voet van het kasteel is de Eglise St. Nicolaas, zie foto, met een prachtig portaal. Als je binnen zit kun je niet anders dan even de tijd voor jezelf nemen, zoveel rust als deze kerk uitstraalt. Zelfs Wiel is er stil van. Blois is een stadje vol historie en in een paar uurtjes kun je lang niet alles zien. Het staat vol met oude muren en trappen en een paar dagen kun je hier makkelijk zoet brengen. Wie weet, iets voor de toekomst. Rond 20 u. zijn we terug in het hotel. Wiel ligt uitgeteld op bed, terwijl ik nog even dit berichtje schrijf. Als ik nu straks dit voor ga lezen zegt hij rustig dat hij niet heeft geslapen, alleen maar gerust, maar zijn snurken zegt anders. Geeft niets. Hij heeft het voortouw genomen vanmiddag, petje af voor hem.
We kijken vanuit de hotelkamer uit op zo´n oude stadsmuur, die vol zit met broedende duiven in de gaten van de muren. Hoe ze zich staande houden op die schuine richels is mij een vraag. Welterusten allemaal.
Gereden kilometers 69.96 in 7.45 uur. Gemiddelde snelheid 15.21km.p. uur.